Nieuws /

Veelgestelde vragen over de fusie van NAi, Premsela en Virtueel Platform

Logo's NAi Premsela en Virtueel Platform

— Per 1 januari 2013 fuseren het Nederlands Architectuurinstituut (NAi), Premsela, Nederlands Instituut voor Design en Mode en Virtueel Platform (kennisinstituut voor e-cultuur) tot een nieuw instituut voor architectuur, design en e-cultuur. Guus Beumer wordt de nieuwe directeur. Hieronder de antwoorden op de meest gestelde vragen.

Wat wordt de naam van de nieuwe organisatie?

De fuserende organisaties gaan vanaf 1 januari 2013 samen verder onder de naam 'Het Nieuwe Instituut, voor architectuur, design en e-cultuur'. De nieuwe organisatie behoudt de huidige sterke merken. Dit maakten de instellingen op 1 november 2012 bekend.

Waarom een fusie?


Aanleiding voor de fusie is de kamerbrief Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid van staatssecretaris Halbe Zijlstra van 10 juni 2011. Hierin staat dat het onderbrengen van de disciplines in een instelling aansluit op inhoudelijke ontwikkelingen in de sector, waarin disciplines elkaar steeds meer beïnvloeden.

Wanneer is de fusie definitief?


Ter gelegenheid van Prinsjesdag 2012 werd bekend dat de fusieorganisatie van Nederlands Architectuur Instituut (NAi), Premsela en Virtueel Platform de komende periode kan rekenen op een jaarlijkse subsidie van 8.681.153 euro om het beleidsplan Creativiteit als Noodzaak uit te voeren. Wij zijn uitermate blij met dit bericht, dat een intensief samenvoegingsproces op een positieve manier bekroont. Hiermee is de basis gelegd voor een creatieve en succesvolle nieuwe beleidsperiode waarin de waarde van de disciplines architectuur, design, mode en e-cultuur wordt onderkend en hun onderlinge wisselwerking zal worden gecultiveerd.

Al eerder, op donderdag 28 juni 2012 hebben de drie directies van het Nederlands Architectuurinstituut (NAi), Premsela, Nederlands Instituut voor Design en Mode en Virtueel Platform (kennisinstituut voor e-cultuur) de documenten getekend voor de fusie tot een nieuw instituut voor architectuur, vormgeving en e-cultuur.

Op 1 januari 2013 is de nieuwe organisatie een feit en houden de drie fusie-organisaties op te bestaan.

Wat wordt het beleid van de nieuwe organisatie?

Het beleidsplan, Creativiteit als noodzaak, werd maandag 16 juli 2012 ingediend bij het ministerie van OCW, conform het eerdere advies van de Raad voor Cultuur. Het beleidsplan is openbaar en het is te downloaden via de sites van het NAi, Premsela en VP.

Waar vind ik het beleidsplan 2013-2016?

Lees hier “Creativiteit als noodzaak”, beleidsplan 2013-2016 van het Nederlands instituut voor architectuur, design en e-cultuur.

Wat was het advies van de Raad voor Cultuur?

Op maandag 21 mei 2012 kwam de Raad voor Cultuur met haar advies Slagen in Cultuur, culturele basisinfrastructuur 2013-2016. De Raad adviseert positief over de nieuwe organisatie (onder de naam NIADEC) . De nieuwe organisatie heeft volgens de Raad veel potentie om een groot publiek te bereiken. Wel moet een aantal concrete punten verder uitgewerkt wordt. Daartoe dienen in juli 2012 de organisaties het beleidsplan 'Creativiteit als Noodzaak' in.

In het vervolgadvies (augustus 2012) van de Raad voor Cultuur krijgt de nieuwe organisatie een positief advies. De Raad adviseert de staatssecretaris van OC&W om NIADEC subsidie toe te kennen. De nieuwe organisatie gaat aan de slag met de verbetersuggesties van de Raad en heeft begrip voor de wens van een tussentijdse evaluatie. Download hier het advies van de Raad voor Cultuur.

Is al bekend wie de directeur wordt van het instituut?


Guus Beumer wordt de directeur van de nieuwe nationale instelling voor architectuur, design en e-cultuur. Lees het persbericht van donderdag 26 juli over zijn benoeming.

Wat wordt de nieuwe naam van het instituut?


Dat is nog niet bekend. 



Wat gaat de nieuwe organisatie doen?

De nieuwe organisatie onderzoekt de betekenis van architectuur, vormgeving en e-cultuur voor de maatschappij en faciliteert de dialoog tussen de ontwerpdisciplines en de samenleving. Het vertaalt de rijkheid van de disciplines via fysieke en digitale presentaties naar een breed publiek. Het stimuleert de creatieve sectoren zich verder te ontwikkelen, zowel als afzonderlijke discipline als in onderlinge wisselwerking en kruisbestuiving.

Zo vergroot het nieuwe instituut de meerwaarde van, en de publieke waardering voor, architectuur, design en e-cultuur in binnen- en buitenland. Het instituut verhoudt zich zowel tot een groot publiek als tot de hele ontwerpsector, van de creatieven tot mensen uit het bedrijfsleven, academici, onderzoekers, auteurs en andere betrokkenen.

Wat zijn de doelstellingen van het nieuwe instituut?


Het instituut zet de taken van de bestaande organisaties op de terreinen architectuur, vormgeving en mode en e-cultuur voort. Daarnaast ontwikkelt het een breed programma op het gebied van creatieve industrie.

De taken zijn in het kort:

  • Collectievorming, -beheer en -ontsluiting. 
Het instituut heeft een eigen collectie op het gebied van architectuur en stedenbouw. Daarnaast coördineert, archiveert en ontsluit het archieven en documentatiecentra op het gebied van vormgeving, mode en e-cultuur verspreid over heel Nederland.


  • Onderzoek en overdracht. 
Het instituut initieert, stimuleert en voert wetenschappelijk onderzoek uit (of laat dit uitvoeren). Het verzorgt en realiseert publicaties in relatie tot de activiteiten van het instituut.


  • Presentatie en platform. 
Het instituut voert een tentoonstellingsprogramma uit, initieert, draagt bij aan en onderneemt (educatieve) projecten en manifestaties, lezingen, debat, ondersteunen van de ontwerpende disciplines, stelt leerstoelen en fellows in, en adviseert over curricula van MBO, HBO en WO.
  • (Inter)nationale promotie. Het instituut organiseert en stimuleert internationale uitwisseling, promotie en vertegenwoordiging op belangrijke internationale evenementen, zoals biënnales en beurzen. Instrumenten zijn onder meer het Bezoekersprogramma, internationale presentaties en matchmaking.

Wat gebeurt met de huidige projecten en activiteiten van de drie organisaties?


De succesvolle projecten blijven behouden. De drie disciplines behouden een eigen budget en bestaande projecten krijgen zoveel mogelijk een plek binnen het nieuwe instituut. Ook de museumfunctie blijft bestaan. De rol van het nieuwe instituut voor het architectuurbeleid en de ruimtelijke agenda van Nederland, het vormgevingsbeleid en het e-cultuurbeleid blijft bestaan. Daarnaast zoekt het nieuwe instituut de synergie tussen de disciplines in verschillende (nieuw te ontwikkelen) activiteiten.


Waar wordt de nieuwe organisatie na de fusie gevestigd?


De hoofdlocatie van het nieuwe instituut komt in Rotterdam, maar het instituut gaat zich ook actief profileren op locaties waar verschillende disciplines actief zijn. Denk aan design in Eindhoven, mode in Arnhem en games in Utrecht.


Gaan jullie dit jaar, in 2012, al activiteiten gezamenlijk ontplooien?

Waar mogelijk en relevant gebeurt dat inderdaad, onder meer bij een aantal internationale presentaties (in China en Brazilië).

Heeft het instituut een gezamenlijke visie op de functie van sectorinstituut en de relatie daarvan tot de creatieve industrie?


Het instituut wordt dé plek voor architectuur, vormgeving en e-cultuur. Door onderzoek, stimulering en een publieksprogramma draagt het instituut bij aan een sterkere positie van de creatieve disciplines in binnen- en buitenland. In het beleidsplan staan de visie en de activiteiten voor de komende jaren uitgebreid beschreven.

Hoe blijft de e-cultuur vertegenwoordigd?

In het nieuwe instituut zijn alle disciplines, ook met een eigen budget, vertegenwoordigd.

Wat gebeurt er met langlopende, bestaande projecten?

Bij Virtueel Platform zullen goedlopende projecten zoals het jaarlijkse HOT100 talentenprogramma, het SPRKR (Spreekuur), How do you do en Best Practice een plek behouden in het nieuwe instituut.

Facebook comments